PS

Het is een jaarlijks weerkerende affiche, een beetje zoals de E3-prijs. Maar dan doorgaans visueel -ik wik en weeg mijn woorden- wat minder afgerond. Door de leerlingen wordt er reikhalzend naar uitgekeken: een snipperdag die niet uit het contingent vakantiedagen komt, altijd leuk meegenomen. Door leerkrachten wordt er ook naar uitgekeken. In gradaties van euforie tot ergernis. De Pedagogische Studiedag (mèt hoofdletters) is vloek en zegen tegelijk. En dat is binnen ons Katholiek Onderwijsnet een statement dat kan tellen. Het bewonderenswaardig idee struikelt wel eens tijdens de zoektocht naar een interessant onderwerp dat in de voorbije kwarteeuw nog niet de revue is gepasseerd. Of indien die hindernis al werd overwonnen: bij de keuze van een bevlogen piloot om het te verkopen aan een ongewoon kritisch publiek.

Maar once in a blue moon (zoals dat over de grote plas wetenschappelijk discutabel maar toch poëtisch mooi klinkt) is het bingo. En daar hoeft niet persé een hooggeleerde pedagoger of een smak geld aan te pas te komen. Enter MC Tom Vrijders annex sidekick Kristin Van der Talen. Of gezien de context: sidechick. Mix met een paar bevlogen oud-leerkrachten en enthousiaste oud-leerlingen en stel hen de kuip van Gent ter beschikking: het resultaat is een teambuilding die elke klasvormende dag of 100-dagen-uitstap moeiteloos het nakijken geeft.

De dag startte nochtans onder een ongunstig gesternte. De inleidende quiz kende een wat gênant slot waarbij enkele jonge collega’s het moeilijk leken te hebben met de veruitwendigingen van de evolutieleer. Maar een groepsfoto met leerkrachten van 33 jaar her waarop een paar huidige en recente exemplaren nog net te herkennen waren leverde het onomstotelijke QED: evolutie wèrkt. Overtuig jezelf.

Ook op de route naar Gent werd ei zo na voor een debacle gevreesd: één van de teams interpreteerde de opdrachten nogal eigenzinnig en liet daardoor op het onaangekondigde controlepunt nogal lang op zich wachten (en dat mag je als een eufemisme lezen). Toegegeven, dat team telde nu net de meest ervaren en (ge)harde collega’s en elke vrees was dus ongegrond, maar het deed bij de organisatie de adrenaline behoorlijk stijgen.

Gelukkig verliep in Gent zelf alles gesmeerd (op de parking na die niet helemaal wenste mee te werken). Ik wil daarmee niet gezegd hebben dat het tussen de teams altijd koek en ei was (ook bij de doorgaans meest rustige naturen ontwaakte het competitiebeest) maar iedereen kon zijn (nu ja, technisch gezien haar) ei kwijt en mede dankzij het prachtige weer werd het een memorabele dag. En omdat één beeld meer zegt dat duizend woorden: hieronder alvast een één en een kwart dozijn beelden.

Maar je verwacht van mij natuurlijk ook een kritische noot. Terecht, en ik wil ze jullie dan ook niet onthouden. De eindproef was … laat het ons houden bij discutabel. Voer voor de groene tafel, de beroepscommissie. De Raad van State begot. Elk team had een eigen strategie uitgedokterd, van wetenschappelijk onderbouwd en technisch doorgerekend tot … nu ja, laat ik het beleefdheidshalve kwalificeren als redelijk elementair. Op die veelheid aan multidisciplinaire benaderingen was de jury niet helemaal of zelfs helemaal niet voorbereid en dat leidde tot wat natte vingerwerk in de beoordeling (voorwaar voor leerkrachten een niet aan te bevelen houding). En dus enig ongenoegen bij de niet-winnende teams. Gelukkig voor hen maakte de prijsuitreiking veel goed.

Vijftig tinten

De film werd deze week zo goed als genadeloos neergesabeld. Ware het niet dat ongeveer de helft van de bevolking toch een beetje moest ontzien worden, de kritieken waren wellicht nog meer vernietigend geweest. U moet er dus maar beter niet op hopen dat de rolprent in het kader van kijk- of luistervaardigheid in originele versie de lessen Engels van collega’s Bieseman of De Coninck haalt. Zelfs niet fragmentair, conform de eisen van het copyright. En in de verplichte lectuurlijst van collega Carron zult u de literaire versie wellicht ook niet tegenkomen. En terecht! Hoe halen zij het in hun hoofd … vijftig tinten grijs … terwijl collega Lammerant zich –inclusief achtste lesuren– uitslooft om alle derde- en vierdejaars diets te maken dat zelfs het meest basic monochroom computerplaatje 256 tinten grijs telt. Twee-honderd-zes-en-vijftig! In onze wiskundelessen doen wij er nog een schepje bovenop door iedereen aan het verstand te brengen dat dit 28 is. Twee tot de achtste macht (nog straffer dus dan de twee tot de zesde macht met VRT-reputatie). Collega Willockx zal daar volgende week op Oïlsjtcarnaval ongetwijfeld eens goed om lachen. Om u een idee te geven van het belachelijke van het concept: u ziet het volledige plaatje hiernaast, en geef toe … zelfs met die 256 tinten heeft het niet veel om het lijf. Maar goed, sommige handen zijn blijkbaar gauw gevuld. Doet er mij aan denken dat in wat meer geavanceerde toepassingen zoals fotografie van sterrenkundige objecten op courante basis zelfs 216 tinten grijs gehanteerd worden. Voor de slechte verstaander: dat is 256 keer 256. Tussen elke twee vakjes in de figuur zitten er dan nog 256 andere. Ik start alvast wat opzoekwerk voor een wat ruimer essay: ‘Vijfenzestigduizend vijfhonderdzesendertig tinten grijs’ en kijk al verlangend uit naar al het volk dat daarvoor in de rij gaat komen staan.

Dichter-bij

Mijn wiskundehart bloeide open toen een vriendelijke collega mij (nu ja … niet alleen mij) vandaag het gedicht stuurde waarmee Maud Vanhauwaert zopas de begeerde publieksprijs won van de Herman De Coninckprijs. Geniet met volle teugen mee van de openingszinnen:

Er komt een vrouw
naar mij toe. Ze zegt
‘wij zijn evenwijdig,
raken elkaar in het
oneindige, laten we rennen.’

Zoveel wiskunde gebald in zo weinig woorden. Je kunt er verdorie een heel jaar onderzoekscompetentie aan ophangen (over dat ‘raken’ valt wel een boompje of twee-drie op te zetten). En alsof ik daardoor nog niet genoeg van mijn sokken geblazen was, ging Maud enkele versregels later nog even op haar elan door:

Ze haakt haar arm in
de mijne tot een lemniscaat.

OmG … wij hebben hier verdorie & inderdaad met een connaisseur te maken! Jakob Bernoulli rijst van pure vreugde op uit zijn graf zodra hij hierboven hoort hoe zijn kromme lijn gerevitaliseerd wordt. Waar ik zelf verwoed probeer om geen gelegenheid voorbij te laten gaan om mathematische lemniscaten en andere hyperbolen aan de kapstok van boeken en taal op te hangen, hebben wij hier eindelijk een woordkunstenaar die ook in de andere richting haar enterhaken uitzwaait en de edele wiskunst een virtuoze plaats toebedeelt in haar verbale creativiteit. Zelden gezien (maar in hoge mate toe te juichen) dat de taal op zo’n uitnodigende manier de hand reikt aan de exacte wetenschap … die in deze sector doorgaans niet zo’n goede reputatie heeft (ik hoef u wat dat betreft niet eens te wijzen op het contradictorische monomeer en het tautologische polymeer).

Ik durf hopen dat onze leerlingen morgen tijdens de lokale gedichtendag dezelfde weg inslaan. Voor wie er net zo goed in slaagt de wiskunde taalkundig te promoten, wil ik wel een goed woordje doen om haar of hem in de shortlist te krijgen van onze eigenste Dominique De Coninckprijs. De winnaar wacht een royaal eerbetoon (hebt u ’em: ‘royaal’ … ‘De Coninck’?).

Kramp

Weken geleden is het dat u hier nog een vers bericht mocht lezen. Of het aan een milde vorm van schrijverskramp moet toegewezen worden, of aan enige terughoudendheid na de recente uitingen van malcontentement  versus het publicerend gild, God mag het weten (en hopelijk voelt Hij noch iemand anders zich hierdoor gekwetst). Er zijn nochtans een paar aanleidingen geweest. Zo had ik het onderweg kunnen hebben over onze geslaagde en gesmaakte excursie naar Tongeren en de Vikings. Of de Noormannen, u kent ze wel: dat barbaarse volk dat hier (zo werd ons dat vroeger toch verteld) op het einde van het eerste millennium vreselijk huis hield, en veel zoniet alles uitmoordde en afbrandde wat ook maar een beetje in de weg liep of stond. Je kon toen maar beter Søren heten en niet pakweg Christine. Maar een afstand van elfhonderd jaar heelt vele wonden en ziet, die gasten hadden blijkbaar een cultuur waarmee je ook nu nog kunt uitpakken. En dan laat ik de fantastische strips van Thorgal en Hägar nog buiten beschouwing. Het stemt tot nadenken.

Kans gemist dus om hier dieper op in te gaan. Het zal mij volgende keer niet overkomen. Dan waag ik mij in onvervalste paparazzo-stijl tussen de SID-inners, de Versailles-toeristen en de Londengangers. Of ga undercover tussen de topchefs, de sous-chefs en de plongeurs  in de keukens van ons gerenommeerd schoolrestaurant. Om u achteraf te vergasten op de meest smeuïge details die u zelfs van de Story, Charlie of Dag Allemaal niet durft verwachten. Tenzij de zelfcensuur toeslaat, uiteraard.

Alsof

Het was een keuze die een aantal weldenkende zielen bedenkelijk de wenkbrauwen deed fronsen: in de Warmste Week de winterse ontberingen van WO-I re-enacten. Nu ligt de aanpalende werf van het woonzorgcentrum er wel bij als een verdienstelijke poging om een loopgravenlandschap te imiteren, is onze chambrettenzolder een look-alike van een frontlazaret (hij is in elk geval contemporain) en moesten onze kelders recent in niets onderdoen voor de overstroomde Ijzervlakte, maar toch … Bij constant 13°C boven het vriespunt doen alsof het snot in je neus bevriest … het is alleen de medewerkers van StuBru gegeven.

En dus werd ons geheim wapen bovengehaald. Dat had den Duits destijds trouwens ook gedaan, is het niet. Dichter bij het Westhoekfront dan met collega Lammerant konden wij niet komen. Hij hoefde zelfs niet gesommeerd of opgevorderd te worden. In materies als deze is voluntariaat de enige eerbare opstelling. En zoals wij dat van Paul ‘Lammy’ Lammerant gewoon zijn: in zo’n geval ga je all the way. De leerlingen die zich enigermate onnadenkend voor de workshop hadden ingeschreven, wisten alras niet waar ze het hadden. Sommigen waagden een onverdienstelijke poging om zich aan hun vaderlandsche plicht te onttrekken, maar daar werd door Lammerant gedecideerd korte metten mee gemaakt (gelukkig waren wij niet ingegaan op een verzoek om ook een executiepaal te placeren en hadden wij de Enfields en Mausers  veilig opgeborgen in de brandkast). Het was voor iedereen duidelijk: met Lammy als sergeant, kapitein of generaal zou de Grooten Oorlog  geen vier jaar geduurd hebben. Het werd in elk geval een memorabele ervaring. Ook voor de vele leerlingen die zich ijverig poogden te concentreren op een andere workshop (°), maar ongewild en onherroepelijk meegezogen werden in het krijgsgewoel.

(°) de foto’s vind je op deze pagina

“Makkers staakt uw wild geraas”

Het was uiteraard een knappe zet van de gemeenschappelijke vakbondsbonzen: provinciale stakingen als opwarmer naar de nationale staking van 15 december. Je houdt de materie lang genoeg actueel, en tegelijk hebben voldoende mensen er hoegenaamd geen last van, zodat je ook niet àl te veel tegenwind vangt. Op het geniale af, dat zullen ook rabiate vakbondshaters moeten toegeven. Jammer dat de Vlaams-Brabantse scholen in het algemeen en die van Asse in het bijzonder nu een beetje de pineut zijn. Collateral dammage heet dat. Met de examens om die nationale staking heen slalommen, dat lukte nog wel (zij het dat sommigen daar wel heel irrationele constructies voor bedacht hebben). Ook de provinciale staking de loef afsteken … dat was niet meer haalbaar. En dus is het naar maandag toe een beetje bang afwachten voor beide partijen: leerlingen (laten wij die in deze context en tijden maar de werkende klasse noemen) en leerkrachten (de bazen, in zekere zin en toch voor heel even). Van één aspect kunnen wij alvast zeker zijn: de examens zijn op post (en indien niet, dan worden zij nog vannacht geleverd door de Sint, met of zonder geaccrediteerde pieten). Maar voor het overige? Die leerstof wiskunde nòg eens moeten instuderen tegen 17 december omdat de trein naar Asse het al voor bekeken houdt in Lebbeke-Heizijde (of all places)? Een nieuw en evenwaardig examen economie moeten opstellen omdat de lijnbus naar Asse niet verder rijdt dan de demarcatielijn Aalst-Affligem? Het zijn geen fraaie vooruitzichten. Laten wij dus een beetje solidair zijn: een frisse wandeling of gezapig fietstochtje naar Walfergen, zo net voor het examen, the little gray cells kunnen er alleen maar wel bij varen … ik ben er haast van overtuigd dat de absenties laag en de examencijfers hoog zullen zijn.

11

Studio 100 had er huizenhoge reclameborden voor over om ongeveer heel Vlaanderen diets te maken dat 14-18 eindigde op 11 november. Maar ònze leerlingen hadden die barnumreclame echt niet nodig. Geschiedenis is bij ons een vak dat het verleden vastklikt in het heden. En dus trok een delegatie van onze leerlingen naar de 11 novemberviering. Inderdaad, op hun vrij lang vrij weekend dus. Roxanne bracht een gesmaakte gelegenheidstekst, en achteraf werden originele en creatieve vredesboodschappen uitgedeeld. Onder de goedkeurende blik van een selecte troep oud-strijders. Die waren weliswaar nèt niet oud genoeg voor de Grooten Oorlog en zelfs niet voor de tweede wereldbrand, maar hadden meer dan voldoende strijdvaardig andere conflicten overleefd om als proxy te kunnen dienen voor hun betreurde makkers. En achteraf wat napraten en even op de foto met het jonge grut … het helpt de geschiedenis tastbaar te maken.

(foto’s © Dirk DeGrove)

Quiztig met lof

Het is mij vorig jaar in bepaalde kringen een beetje kwalijk genomen, mijn ongebreidelde lof voor de winnaars van de editie 2013. Nochtans was die bewieroking toen helemaal terecht. Het team van Lander, Niels, Vincent, Dominique en Ludo had toen immers in fysiek moeilijke omstandigheden ruim de maat genomen van alle tegenstanders. Maar goed, ik zal mij deze keer dus wat meer op de vlakte houden wat betreft de winnaars van 2014. Ik doe daarmee niemand tekort, want het was opnieuw datzelfde team van klasbacks dat met de bloemen ging lopen. Weze het deze keer in een meer spannend duel, want slechts op de meet viel de beslissing en wonnen Coppens & Co met het kleinst mogelijk verschil: slechts een banddikte van één punt scheidde hen van de tweede plaats, die op haar beurt ook maar eenzelfde voorsprong had op de winnaars van de bronzen medaille. Van een close finish gesproken! Dat belooft voor de volgende jaren. Het peloton bleek bovendien een stuk beter voor de dag te komen dan tijdens de voorbije edities, met scores die behoorlijk dicht aanleunden bij de topteams. Wellicht wordt in de voorbereiding al wat geanticipeerd op de mogelijke vragen en de intussen alom bekende stijl van quizmasters Willockx & De Grove. Deze laatste zagen wij dit jaar trouwens in een onuitgegeven versie als extern quizmaster. Het ging hem net zo goed af als zijn oude interne functie. Met ook nu de obligate schalkse foutjes om de beroepsquizzers op stang te jagen: dat Elton John blijkbaar ongeweten een vroegtijdige dood gestorven is, dat de vraag naar de naam van het Aralmeer een foto toonde met als legende ‘Aral Sea North & Aral Sea South’ … het verhoogt alleen maar de charme van de onderneming. Van enkele deelnemers vernamen wij dat zij wat op hun honger waren blijven zitten (ondanks de ruime aanwezigheid van opnieuw excellente bitterballen) omdat geen enkele vraag peilde naar de naam van komeet Churyumov-Gerasimenko of van de vulkaan Baruarbunga terwijl zij net die tongbrekers zo grondig uit het hoofd geleerd hadden. Inderdaad, een niet onterechte kritiek. Maar toch grotendeels goedgemaakt door de prominente aanwezigheid van Leslie-Ann Poppe en andere boekskesmadammen. Niet lijfelijk weliswaar (zoveel plaats was er nu ook weer niet), maar toch in de vragen. Wij kijken alvast uit naar de editie van 2015.

(voor alle sfeerbeelden: klik hier)
(met dank aan Kris De Smet voor de foto's op deze pagina,
aan Dirk De Grove en Ritsaart Willockx voor de plezante vragen,
en aan het oudercomité en vele collega's 
voor de vlekkeloze organisatie)