Kiek

Bij het begin van het schooljaar mag het traditionele groepskiekje uiteraard niet ontbreken.

personeel 2015
personeel 2015

U herkent (of nog niet … maar dan maakt u er best meteen werk van en klikt daarom snel even op de foto)

prominent op de eerste rij Griet Saerens, Tom Vrijders, Ritsaart Willockx, Leen Willems, Yana Willems, Paul Lammerant, Cynthia Van der Meeren, Karin De Ridder en Ilse De Clercq

zich wat bescheiden verstoppend op de middelste rij Ingrid Vandenput, Gilberte Dielkens, Ann Willens, Anouchka Van Nuffel, Gunther Eggermont, Veerle Desmet, Ilse Massie, Jasper D’Hondt, Dominique De Coninck, Jonathan Van Cappellen, Evy Deroover, Ludo Coppens en (last but not least) Kris De Smet

en hoog boven het gepeupel verheven op de bovenste rij Liesbet Hermans, Sylvia Carron, Katrien Decroos, Tomas Suls, Kristin Van der Taelen, Eddy De Ridder, Maarten Gielkens en Jeroen Capens.

(afwezig op de foto wegens elders aan de slag: Tom Bieseman)

Storm

Er waait een nieuwe wind dit schooljaar … en het is al meteen een storm … een brainstorm begot. De collega’s gingen op de startvergadering al lichtelijk driftig aan de slag om de vakgebonden en vakoverschrijdende activiteiten een nieuwe schwung te geven.

Bergen & bossen

Min of meer in ijltempo worden onze leerkrachten en andere medewerkers teruggehaald uit bergen, bossen en (omwille van de alliteratie) baaien. De gecumuleerde warmte- en hittedagen beginnen bij sommigen een beetje hun tol te eisen, en wij willen uiteraard dat ons personeel op de hoogdag van 1 september fris en monter voor de klas staat. Nog twee weken van mentale coaching, fysieke training en academische finetuning … dat moet volstaan.

Halfweg

Halfweg zijn wij, tussen de altijd spannende start van een examenreeks met veel mondelinge proeven en de erbij horende verhoogde stressfactor, en de euforische afsluiter met het laatste proefwerk. Voor onze zesdejaars althans. De leerlingen van de tweede graad zijn immers wat later gestart en bovendien uitsluitend met pen en papier, en voor die van het vijfde jaar is de euforie wat meer getemperd door het vooruitzicht van wat volgend schooljaar nog komen moet. Halfweg is bij velen ook het punt waarop de vermoeidheid begint toe te slaan. In tegenstelling tot het courante taalgebruik is hier voor de wat meer naar pessimisme neigenden het glas nog half vòl. Gelukkig is Frank Deboosere dit jaar in een meewerkende bui (pun not intended). Ik kan niet anders dan het jonge grut the summer of ’76 in herinnering brengen. Toen wijzelf in een tijd waarin de klimaatopwarming nog niet wild om zich heen sloeg achter onze cursussen zaten te smelten bij een loden +30°C tijdens zowat de hele blokperiode. Daar blijft de jeugd van tegenwoordig gelukkig van gespaard. Spaghettibandjes en tè shorte shorts kunnen in de kast blijven, samen met de daaraan gekoppelde geneugten en ergernis. Jammer voor scholen die daarmee airplay denken te kunnen kopen op een nationale zender. Nee, op dat front (ik kan het niet laten) wordt het een walk in the park. Ik kan dus nu al voorspellen dat al die smileys op de foto van ons afstudeerjaar (voor de veiligheid toch maar genomen vòòr de examenreeks) over twee weken alleen maar breder zullen zijn. En laat mijn beweringen in de wiskundeles over betrouwbaarheidsintervallen en foutmarges en uitspraken die maar met een 95%-betrouwbaarheidsniveau gedaan worden daar niet in tussenkomen.

“die ros …”

… het is een scheldwoord dat bij ons totaal uit den boze is, en zo het al eens in een moment van zwakte bij een leerling of collega aan het verbale orgaan ontsnapt geheid aanleiding geeft tot een hersteluur respectievelijk een slecht lessenrooster. Maar het RoS is natuurlijk een ander paar mouwen. Of was. Onder het toeziend oog van collega Lammerant is Rijbewijs op School  al een paar jaar een favoriet tijdverdrijf van onze zesdejaars, zo ergens in het begin van het schooljaar als er bij gebrek aan synthese- en onderzoeksopdrachten nog wel enige vrije tijd te vinden is tussen het reguliere curriculum door. Gratis bovendien, wat steeds een stimulerende eigenschap is. Maar ook aan dit gratis-verhaal komt volgend schooljaar een eind. Twintig euro gaat het voortaan kosten. Toegegeven, peanuts voor wie de ambitie heeft over afzienbare tijd een automobiel rijdend te houden (dàt kost pas handenvol geld). Toegegeven (bis), voor niets komt alleen de zon op en het heeft een hoge educatieve waarde om daar ook onze leerlingen enig bewustzijn van bij te brengen. Maar in een context van budgettaire krapte is het uiteraard geen leuke boodschap.

Laten wij ons daar evenwel niet door afschrikken, en op zoek gaan naar creatieve oplossingen. Er zijn hier te lande wel een paar inspirerende geesten die daarbij als voorbeeld kunnen dienen. “Laten iedereen die via de ring door ’t stad wil rijden twee euro betalen.” Ongeveer in die bewoordingen reikte de baas van alle échte Antwerpenaren een wonderoplossing aan om het overkappende ring-idee te betalen. Het klonk mij aanvankelijk een beetje middeleeuws in de oren. U weet wel, de tijd toen alles wat zich stad mocht noemen meteen ook tol kon vragen aan de toegangspoorten. Gezien ’s mans historische opleiding bijgevolg een idee dat mij van originaliteit gespeend leek. Maar goed, ook het recyclen van afval is ook een lovenswaardig initiatief en dus staat niets ons in de weg om daar wat op verder te borduren (en om bij moeilijke verstaanders enig misverstand te vermijden: dit is uiteraard een puur persoonlijke denkpiste). “Laten wij elke leerling die via de gele poort de school binnenkomt twee euro betalen. En twee en een halve euro als het –laattijdig– via de grijze poort is.” Geef toe, als Antwerpen doorkruisen twee euro mag kosten, dan is een dag onderwijs-van-de-bovenste-plank minstens evenveel waard. “Ja maar,” hoor ik u al klagen “wij hebben dat onderwijs al betaald via onze belastingen”. Uiteraard, samen met die ring trouwens. Maar ik wil een geste doen: wie op tijd de school verlaat en zich geen hersteluur op de hals gehaald heeft, krijgt 25 cent korting. Met wat zuinigheid komen wij dan aan een goed gespreide 250€ per jaar. Daar kan dan zeker een gratis RoS van af, met een bussel fotokopies en hier of daar een educatieve uitstap op de koop toe.

the blues

Collega Ameys ging bijna door het dak toen de leerlingen van het 5de jaar het haar vertelden, zo net voor de jaarwisseling: zij zouden tijdens hun studiebezoek aan Londen naar the blues gaan kijken. Was dat even boffen, leerlingen die zomaar, spontaan en zonder enige didactische dwang één van de belangrijkste genres uit de moderne muziekgeschiedenis onder de loep zouden gaan nemen. Het was een godsgeschenk, zeker gezien een overzicht van de hedendaagse muziekgenres hoog op het jaarplan esthetica staat voor het tweede semester. Dat Londen the place to be was en niet pakweg de ondergelopen achterbuurten van New Orleans was een manco waarvoor zij graag een oogje dichtkneep. Haar doorgaans al goede humeur ging van slag nog enkele toeren hoger draaien, en dat heeft de examenresultaten ongetwijfeld geen kwaad gedaan.

Helaas, ’t is diep vallen vanop grote hoogte. Wij hebben het haar achteraf met heel veel omzichtigheid moeten aanbrengen, maar dan nog … onze zorgleerkrachten hebben er hun handen vol mee gehad. Die Londense blues bleken niet meer dan een stelletje zwaar overbetaalde pottenstampers die in de weekends op één van de weinige in Londen overgebleven weiden een rondje voetballen faken. Ergens in de wijk Fulham, maar in hun doorgaans dronken bui zijn zij zich daar blijkbaar niet van bewust en dus noemen zij zich maar Chelsea. Je zou er begot de blues van krijgen … zo’n miserie.

Maar goed, collega Ameys is er niet zo eentje die bij de pakken blijft zitten en dus riep zij professionele hulp in. Enter Tiny Legs Tim en Guy Verlinde van Talkin’Blues. Zij zouden de leerlingen eens goed diets maken wat échte blues zijn, en in één beweging het geknakte moreel van onze collega tot werkbare hoogte opkrikken. De intro was een beetje … cool. En ik bedoel dus: koel. Toch van de kant van onze leerlingen, die altijd wel een beetje op hun qui vive zijn voor wat meer dan pakweg een halve eeuw oud is. Maar Tim & Guy hadden niet alleen hun songs maar ook hun oneliners goed gekozen. Het duurde dan ook maar heel even of zij hadden de hele bende op sleeptouw. Het informatieve en muzikale waren perfect in de mix … Reggie had het niet beter gekund. Die laatste kunnen wij misschien overmorgen eens opvoeren, op onze Open Dag. Begin alvast de handjes op te warmen.

Hoezo … ‘oud’?

Wie mij kent weet dat het een beetje gênant is hèn al ‘oud’-leerlingen te moeten noemen, die gasten die amper één of twee jaar geleden in Walfergem afzwaaiden. Het katapulteert mij meteen zowat naar de tijd van de dinosauriërs. Ik troost mij met de gedachte dat T. Rex misschien niet muzikaal maar dan toch archeologisch een beetje een kwaliteitslabel geworden is. Maar goed, ze waren dus weer en masse aanwezig, onze oldies. Om hun studiekeuze met wetenschappelijke objectiviteit én vurig enthousiasme te promoten bij de huidige vijfde- en zesdejaars. Collega Van der Taelen had kosten noch moeite gespaard om voor bijna elke denkbare studiekeuze een recente ex-Walfergemmer aan de haak te slaan. Wis- of geneeskunde, filo- of criminologie, ingenieur van bio- of burgerlijke stand, econo- of chemie … you name it, we have it (vooral dankzij hun inzet, maar toch ook een heel klein pluimpje op onze hoed).

En terwijl mijn lichtjes overactieve collega dan toch aan de slag was met die studerende oud-leerlingen … “waarom dan niet meteen alle andere ook eens uitnodigen” moet zij wellicht gedacht hebben. Enfin, het bleef niet bij een gedachte, het werd een officiële mondelinge vraag aan directie en ondergeschikt personeel, of eerder -haar ondertussen een beetje kennende- een retorische vraag. En dus werd Facebook aan het werk gezet om volk te ronselen voor onze eerste officiële oud-leerlingenreünie. Een beetje met een bang hart, gezien de beperkte middelen die er tegenaan gegooid konden worden. Maar iedereen die er was zal het toegeven: het werd een succes. Ook-oud-leerling Jeroen Capens zorgde met zijn maten voor een gesmaakte muzikale omkadering, maar het belangrijkste feel-good  aspect was uiteraard het nog-eens-terugzien-en-bijpraten. Waarbij dat belang ongetwijfeld recht evenredig was met de afstand tot het promotiejaar. Ook de aanwezige (oud-)leerkrachten mochten delen in de vreugd. Zowel de heuglijke als de lang verdrongen momenten werden nog eens opgerakeld. Oud-strijders onder elkaar, beide zijden van het front verenigd. En zoals voor elke oorlog: dat moet ieder jaar herdacht worden. Of toch zo ongeveer.

PS voor oudere-oud-leerlingen met een hang naar nostalgie: 
voor de filmpjes van de Londenreizen van 1993-2000 kun je een
downloadlink aanvragen (e-mailadres: zie 'School - Contact')

Zon en zo

Wie zijn geschiedenis ook maar een beetje kent, weet het gewis: bij elke historisch belangrijke gebeurtenis speelt het uitspansel een moeilijk te overschatten rol. Koningen en keizers, allen hebben zij hun ondergang aan de hemel voorspeld of beweend gezien. Zo geschiedde ook deze week, en het is u vast niet ontgaan. Nog maar pas waren onze regionen in diepe rouw gedompeld na het onverwachte heengaan van K3, en ziet … daar deed een diepe zonne-eclips het land afglijden in een nog meer deprimerende duisternis.

Maar zoals het bij de status van onze school past: net als aan de grote hoven van weleer hebben ook wij een meester-tovenaar in dienst die degelijke natuurfenomenen in hun context weet te plaatsen en de dreigende kracht ervan kan ombuigen naar een hoger doel. In een onnavolgbaar voorspellend moment had collega Lammerant dan ook massa’s eclipsbrilletjes besteld om de donkerte weliswaar tijdelijk nòg dieper maar anderzijds ook meer vatbaar te maken.

Het was een merkwaardig tafereel op de speelplaats, die twintigste maart van het jaar tweeduizend vijftien, zo rond een uur of tien. Een paar honderd leerlingen quasi uniform geblinddoekt in een zo goed als afwezige zon zien staren. Om juist zo het licht beter te zien schijnen in de duisternis. Het toverde een smiley op de wolken en op ieders gezicht, op dat van collega Lammerant in het bijzonder.

En voor het geval u zich over de K3-affaire nog zorgen mocht maken, geen nood. Ook daar zijn wij goed op weg het euvel te herstellen. Twee bekwame, jonge en dynamische K-elementen hebben zich al aangemeld, en worden door ons warm aanbevolen. Nu nog snel even zoeken naar de roste, want zoals iedereen met enige kennis terzake wel weet: 2K heeft -in combinatie met een waterige omgeving- een nogal ontvlambaar karakter.

“the Droghte of Marche”

Geoffrey Chaucer wist het dus al in de 15de eeuw: voor mooi en droog weer moet je in de maand maart in Engeland zijn en niet op enig ander moment. Gehard door meer dan twee  decennia Britse reiservaring kiezen wij dat dan ook de vaste kalenderstek voor de Walfergemreizen over het Kanaal, en niet zonder succes zoals ook nu weer gebleken is.

Maar hoewel het weer er ondanks de klimaatverandering toch nog een beetje in de pas loopt met dat van zes eeuwen geleden, toont de evolutie haar recente sporen van verandering duidelijk op enkele andere domeinen. U staat mij ongetwijfeld toe er enkele te vermelden.

Primo de steeds meer om zich heen grijpende selfiedrang. Aanvankelijk speels en een beetje steels, nu steeds vaker op een telescopische steel. Je lijkt soms te waden doorheen een bos antennes. Zelfs sommige begeleidende leerkrachten zijn niet ongevoelig voor het fenomeen, om niet te zeggen dat zij er mogelijk de aanstichters van zijn.

Secundo de toenemende inburgering van gps-systemen. Bij professionele chauffeurs die met een kerstboom aan Mio’s en Garmins nog niet genoeg hebben om op de snelweg foute afritten te omzeilen. Maar ook bij wandelende begeleiders, aanvankelijk onbewust van het feit dat die dingen ondergronds niet werken, en daarna overschakelend op het nogal onwetenschappelijk redmiddel dat intuïtie heet.

Tertio het steeds kleurrijker wordend karakter van de gastgezinnen. Toegegeven, de term rijk hoeft hier niet meteen in de financiële zin gelezen te worden en ook de betekenis veelheid is niet helemaal op haar plaats, maar u begrijpt wat in bedoel.

Maar gelukkig zijn er ook een aantal onvergankelijke waarden en waarheden die de wat meer traditionele reiziger houvast kunnen bieden. Ook daarvan wil ik er u een aantal niet ontzeggen.

Primo de galanterie van de mannelijke begeleiders versus hun vrouwelijke collega’s. Hoe zij het meest comfortabele verblijf spontaan en zich ten volle bewust van de consequenties aan hen aanbieden … zelfs aandoenlijk is een te zwakke formulering.

Secundo de koopdwang waar leerlingen en (gelukkig slechts sommige) begeleiders chronisch aan lijden, vooral (maar niet uitsluitend) op de vrije namiddag. Het is een niet echt goed te keuren uitwas van een kapitalistische en materialistische samenleving, maar als het kan helpen om de Britse economie de nodige zuurstof te bieden, dan willen wij enige flexibiliteit tonen in onze principes.

En tertio de blijvende constatering dat wij toch overwegend fier mogen zijn over hoe onze leerlingen zich in de vreemde gedragen. Er wordt wel eens hard geroepen naar een wicht dat zich maar net niet overhoop laat rijden door een auto die de voor onze normen foute kant van de weg gebruikt. Er wordt zeker eens gesakkerd op de gasten met te korte beentjes die het strakke tempo niet volgen en voor de derde keer op rij het groene licht niet halen. Er wordt stilletjes gevloekt op de sloomerd die ondanks alle schema’s en handleidingen noch uur noch plaats blijkt te kennen. En er wordt om nog wat andere dingen gezucht en de wenkbrauwen gefronst. Maar wij zijn met z’n vijftigen, en als ik alles zorgvuldig nareken kom ik op 0,31415926 opmerkingen p.p. en p.d. … daar valt beslist mee te leven, vindt u ook niet?

voor een meer volledige fotoreportage klikt u hier