Zoet- en koudwatervrees

Hoe…?
Hoe doe je het…?
Hoe begin je eraan…?
Hoe begin IK eraan…?

Woorden vliegen door mijn hoofd, maken af en toe eens zinnen, misschien zelfs een kleine paragraaf… nee toch weer niet, niet goed genoeg, kan beter, nog maar eens opnieuw en opnieuw, …

Hoe kruip je in iemands schrijverspen (lees: typende vingers) die telkens weer, bij elke activiteit prachtige hersenspinsels neerpende, overgoten door zijn typisch vleugje humor, zijn kritische blik op en link met de actualiteit en ze beschreef alsof hij er telkens middenin stond? Hoe zet je iemands levens- (of toch een hele grote periode ervan) werk verder?

Plots bekruipt me een zekere angst, krijg ik het koud en warm tegelijkertijd, zoals de plankenkoorts van een acteur vlak voor hij de scène op moet: de tijd dringt, het moet nu, het moet snel, …!

En toen wist ik het… the master himself had mij onrechtstreeks dé tip gegeven… ik heb koudwatervrees!!

Maar gelukkig was ik niet alleen, als ik mij goed herinner had hij dat zelf ook, zij het dan in de letterlijke versie van het woord 😉 Want op enige vorm, uiting of ook maar schijn van stress om aan iets nieuws te beginnen heb ik hem nooit betrapt. Hij ging er gewoon voor!

En dat gaan wij ook proberen te doen, lieve Ludo, … wat jij allemaal voor de school gedaan hebt, zullen wij nooit kunnen evenaren (we zijn al met 3 om maar een deeltje te doen van wat jij allemaal al die jaren hebt gedaan) maar we zullen ons best doen, we GAAN ERVOOR, net als jij, samen, als 1 team!

En zo is ook 6 LZ-LW-WW-WE op 9/09 als 1 team, als fiere ambassadeurs en ambassadrices van onze school, naar de Middenschool getrokken om aldaar de klasvormende dag te begeleiden. Ook zij werden voor de leeuwen gegooid, maar hebben dat met verve en Sint-Martinus-waardig gedaan. Er was geen vleugje stress te bekennen. Ze hebben er een fantastische klasvormende dag van gemaakt!

Ook de 4des hebben vorige week hun eerste vrees voor, zij het dan ZOET, water moeten overwinnen, en dit als studie uitstap voor Biologie. Zij trokken daarvoor vorige week naar Bastion VIII in Dendermonde waar zij een biotoopstudie deden van een zoetwaterbiotoop. Het werd een leerrijke namiddag.

De foto’s van die dag spreken voor zich….

Vrijdagnamiddag hebben ook alle zesdejaars even hun eigen veilige biotoop opzij mogen schuiven om eens “out of the box” te denken en zich in te leven in het leven van “niet alledag”, tijdens de nieuwe editie van de Kick Off Zuiddag.

Op een interactieve manier hebben ze kennis gemaakt met Work for Change 2016, een educatief project van Kids & Youth (kortweg Kiyo) in de favella’s rond Jardim Gramacho. Dit is de grootste vuilnisbelt van Latijns-Amerika gelegen nabij Rio de Janeiro waar de toenemende armoede zorgwekkend is en jeugdcriminaliteit hoogtij viert. Een korte lezing door Mevr. Massie over het Internationaal Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties en de soms wankele toepassing hiervan in Brazilië was bijzonder verhelderend. Nadien werd de kennis van 7 teams getest aan de hand van een online quiz, waarvoor de smartphones voor één keer mochten bovengehaald worden. Een aanvullende schiftingsronde met onder andere smaaktest (wat zat er nu weer niet in de tortilla dipsaus?) kon een ex aequo niet vermijden. Teams Christus de Verlosser en de Arme Tata’s (of eerder favela’s?) mogen zich voortaan als dé Braziliëkenners van Sint-Martinus beschouwen.

We wensen alle zesdejaars veel succes toe met het zoeken naar een geschikte job die ze dan ook met veel enthousiasme zullen aanvatten op 20 oktober 2016. Wij zijn er van overtuigd dat ook zij ‘ER zullen VOOR GAAN’ en dit zonder zoet-, euh, koudwatervrees!

A team

personeel 2016-2017 (1)

Netjes uitgelijnd, maar niet noodzakelijk in volgorde van importantie, staat het voor jullie klaar: het team voor schooljaar 2016-2017. Even ter opfrissing (of voor de nieuwelingen aan weerszijden: ter kennismaking):

zittend vooraan: Veerle De Smet, Tom Vrijders, Ilse De Clercq, Dominic Reynders, Kris De Smet (directeur), Günther Eggermont, Karin De Ridder, Cynthia Van der Meeren, Katrien Decroos

in de middenbeuk: Ilse Massie, Griet Saerens, Anouchka Van Nuffel, Leen Willems, Evy Deroover, Sylvia Carron, Liesbet Hermans, Gilberte Dielkens, Evelien Nijs, Maarten Gielkens, Ann Willems, Kristin Van der Taelen, Thomas De Sitter en Eddy De Ridder

en bescheiden op de laatste rij: Veerle Verbeeren, Dominique De Coninck, Ingrid Vandenput, Jasper D’Hondt, Koen Van Brantegem, Jonathan Van Cappellen, Paul Lammerant, Ritsaart Willockx, Tomas Suls en Tom Bieseman.

Welkom

welkom

Knap Craps

Het zou eigenlijk niet op deze schoolsite thuishoren, het bericht deze middag dat Leuven ondanks alles de hoofdzetel wordt van biergigant AB InBev annex SABMiller. Ware het niet van het nieuws-in-de-marge dat er in het internationale directiecomité toch opnieuw een (één) Belg gaat zetelen … Jan Craps. Geboren en getogen Assenaar en, u raadt het al, oud-leerling van ‘Walfergem’ (en ook -maar dat geheel terzijde- van onze Middenschool).

Jaargangen 1991-1992 tot 1994-1995 en ‘magna cum laude’, zoals dat toen in een Latijn-Wiskunde nog mochten heten. En hoewel alcohol buiten het chemielokaal een beetje taboe is op school, zijn wij toch geen klein beetje fier dat Jan (wij gaan ervan uit dat wij nog steeds “Jan” mogen zeggen) als zone-president heel Azië-Zuid mag leren hoe Stella smaakt. Aan die Stella is trouwens nog een anekdote verbonden (haaa … anekdotes, het favoriete tijdverdrijf van de bijna-gepensioneerden). Ik hoef het zelfs de ‘economisten’, ‘humanisten’ en ‘wetenschappers’ niet te vertellen, maar toch: stella is Latijn voor ster. De vorige unieke Belg in het directiecomité was Jo Van Biesbroeck. Nu lopen er op deze aardkluit niet veel mensen rond naar wie een ster genoemd werd, maar Van Biesbroeck’s ster … ze bestaat! In officiële catalogi ook wel Gliese 752 B of VB10 genoemd, maar Van Biesbroeck’s Stella zou eigenlijk meer gepast zijn. Jo was zich van zoveel eer niet bewust, maar mocht het van mij horen toen wij enige tijd geleden samen het vaderland verdedigden in de toenmalige luchtmachtkazerne van Zellik. Wat mij bij een merkwaardige en statistisch wellicht significante vaststelling brengt: de laatste twee top-Belgen bij AB InBev hebben allebei een Asse-verleden … daar moet ongetwijfeld iets ‘in het water zitten’. Tenzij … nee, dat zij allebei zowat een jaar lang mij om de haverklap tegen het lijf liepen … dat heeft er misschien toch niks mee te maken.

’t Ascanus

Nog een stuk of wat examenverbeteringen te gaan, enkele evaluatievergaderingen, vakantietaken en –de hemel behoede mij én de leerlingen– herexamens. En dan eindigt een tijdperk. Ik had het mijzelf in mijn stoutste dromen nooit toegedicht, maar toch is het zo: met mij eindigt een tijdperk, een era. Toen Sabena in 2001 de activiteiten stopte, leerde iedereen plots de Sabeniens kennen (tot dan had niemand er ooit van gehoord, maar per ineens werd de Sabena-familie een nationwide begrip). Als ik straks definitief krijtje en smartboard aan de wilgen gehangen heb, eindigt het rijk der Ascaniens … de leerkrachten die in het Ascanuscollege intraden (een toepasselijke omschrijving gezien de lange voorgeschiedenis als missieseminarie). Ook die vormden een beetje een grote familie. Inclusief strenge maar rechtvaardige vader (die men toen noch terecht pater mocht noemen, zelfs de niet-Latinisten) en alle goede (en heel af en toe een klein beetje minder goede) dingen die een familie kenmerkt. En met enige bekendheid. “Es da dan in ’t Ascanus?” was de klassieke vraag die ik in 1980 zelfs in het verre Oost-Vlaanderen regelmatig te beantwoorden kreeg. Ja dus. Je gaf immers geen les in het Ascanuscollege, maar in ’t Ascanus.

In september 1983 kwam de scholenfusie. De Ascaniens raakten verspreid, en kregen er overal een hele bende nieuwe, fijne collega’s bij. Maar zoals de Sabeniens in hun hart wisten dat SN Brussels Airlines nooit zo’n goedbekkende familienaam zou produceren, zo bleven de Ascaniens ook op afstand altijd een beetje wapenbroeders. Die met pijn in het hart hun familienaam hadden zien verdwijnen. Nu was Sint-Martinusscholen weliswaar een correcte en soliede keuze, maar geef toe: wereldwijd is het aantal Sint-Martinusscholen in allerlei talen en schriften zelfs bij benadering niet te tellen. Bedrijven en politieke partijen geven fortuinen uit om spindoctors een nieuwe, unieke en catchy naam en baseline te laten creëren … die zouden nooit met Sint-Martinus op de proppen komen. Maar ’t Ascanus … dàt zou hen wel zinnen. Dachten wij toch. Helaas … wellicht was het ‘anus’ er teveel aan. Nu had genaamde Urbanus uit het aangrenzende Pajottenland zich destijds weliswaar zelfs als artiestenfamilienaam ‘van Anus’ toegeëigend, maar voor een schoolnaam was daar blijkbaar toch een geurtje aan (zelfs genaamde Urbanus heeft zijn achtervoegsel  allengs een beetje vaarwel gezegd). Dat ene Ascanius (met die kleine aanpassing hadden wij kunnen leven) in de Romeinse mythologie de zoon was van de Trojaanse held Aeneas, en bij uitbreiding de kleinzoon van niemand minder dan liefdesgodin Venus … het heeft niet mogen baten.

Maar familie mag je niet verloochenen, en dus heb ik in de voorbije jaren heel hard mijn best gedaan om ’t Ascanus  met enige fantasie in allerlei wiskunde-examens binnen te smokkelen (lang leve de vraagstukken). Als eerbetoon en afsluiter een bloemlezing (met welgemeende excuses aan alle biologie-leerkrachten):

  • agapornis ascana: een nieuwe papegaaiensoort, ontdekt op Sint-Maartenseiland
  • tipula ascana tricolor: een hermafrodiete langpootmug met merkwaardig voortplantingspatroon
  • rhododendron ascanon: een nieuwe azalea-variëteit
  • vulpes lagopus ssp. ascania: een poolvossensoort op Svalbard, in de Spitsbergen-archipel
  • panthera tigris ascania: een tijgersoort op Sulawesi, okergeel met blauwe strepen
  • isobacter ascanii: een kwalijke bacterie die met UV-licht bestreden wordt
  • oncorhynchus ascanus: een zalmachtige uit de Europese wateren
  • alouatta ascania: een zeldzame primaat uit de familie van de brulapen
  • pinus ascanus: een commerciële kerstboom, gegarandeerd zonder naaldverlies
  • dendrocalamus giganteus ascanus: een langlevende reuzenbamboe.

Uitwuiven

6des_2016

Met de eerste onweersvlagen is blijkbaar ook het uitwuifseizoen begonnen. Deze namiddag waren het ‘onze’ Rode Duivels (die op een witte raaf na van het buitenland zijn en eigenlijk niet echt meer ‘van ons’), binnenkort zijn het onze coureurs voor de Tour en nog wat later zijn onze Olympiërs aan het feest. Mij viel de zeldzame eer te beurt om al deze andere topsporters de loef af te steken, en al deze voormiddag met minstens evenveel enthousiasme uitgewuifd te worden door de verzamelde zesdes (die ik hopelijk op mijn beurt over een kleine maand even enthousiast de deur mag wijzen). Of het uitbundig gewuif een blijk van waardering was of eerder een van lichte opluchting … het zal wellicht een onbeantwoorde vraag blijven maar ik gok toch op het eerste (en niet alleen omdat het beter is voor de gemoedsrust).

Dat ‘mijn’ ex-vijfdes de verre verplaatsing vanuit Willockxland gemaakt hadden, was een fijne verrassing. Hun lieve wensen zijn in dank aanvaard. Over dat ‘Coppens for President’ ga ik nog even rustig nadenken … er is geen haast bij: het duurt nog wel een wijl vooraleer republikeinse krachten onze constitutionele monarchie aan de kant geschoven hebben. Over het andere ‘Coppens for’: jammer … te laat (maar sans rancune).

Het gros van mijn huidige zesdes hoefde de verplaatsing niet te maken omdat zij (ik probeer bij de actualiteit te blijven) een thuismatch speelden. Desalniettemin: ook hun luide waardering werd er niet minder om gesmaakt. Zij zijn uiteraard nog niet helemààl van mij verlost: er komt maandag nog een examen aangerold. Als blijk van dank toch al een tipje van de sluier: het gaat (een beetje) over het voetbal (uiteraard) en (ook een beetje) over mijn pop-uprestaurant (nee, niet dat van mij … wel dat van de VTM).

Dat laatste ga ik ongetwijfeld een beetje missen: de examenverhaaltjes waarin in de loop van de voorbije 36 jaar (met slechts een lichte overdrijving) zowat elke collega (en directeur) een rolletje heeft mogen spelen en waarvoor geen enkel actualiteitsonderwerp rond eind november of eind mei veilig was. Van Litvinenko tot Fukushima, van EHEC tot Ebola … als wiskundekapstok is er weinig dat je niet kunt gebruiken.

Wat gaat er nog gemist worden? De (ontzettend veel) fijne leerlingen waaraan de toffe herinnering zeker blijft. De (héél af en toe) wat minder fijne leerling: een pain in the ass op dat eigenste moment, maar een paar jaar later geheid goed om er met straffe verhalen over op te scheppen bij de jongere collega’s … zo heeft ieder zijn verdienste. En ook/zeker/vooral de vele (= alle) collega’s die samen met het instituut Walfergem een beetje mijn (tweede) thuis geweest zijn: op beide is bij tijd en wijle eens ferm gesakkerd (dat is voor leerlingen zeker herkenbaar) … maar de genegenheid en de liefde (nu ja, niet letterlijk uiteraard) zijn altijd gebleven (ook dit, beste zesdejaars, zal jullie over een afstand van een paar jaar minder raar lijken dan nu).

Westhoek

Panorama 1

Didactische uitstappen worden al eens gecontesteerd. Wegens niet essentieel, niet expliciet gevraagd door de eindtermen of niet behorend tot onze kerntaken. Maar als er één niet op het programma mag ontbreken, dan is het wel die naar de Westhoek. De gruwel van de oorlog die door de oude media bijna dagelijks op ons bord gekwakt wordt (maar altijd ver-van-ons-bed bed blijft) en door de nieuwe verkocht wordt als banaal shoot-out game, die gruwel komt hier wel tastbaar dichtbij. Tyne Cot en alle andere begraafplaatsen bewijzen het row by row, zoals de poppies in Flanders Fields: hier vallen geen bonus-lives te verdienen. Het cleane van de Britse aanpak camoufleert het wellicht een beetje (het gemillimeterde gras, de grafstenen schitterend in de lentezon) maar voor de honderden, duizenden privates die hier aan flarden gereten werden was er alleen het rauwe en niks virtual aan de reality. En dat zou niet anders zijn mocht het ooit opnieuw …

Gelukkig is er dan geschiedenis om ons af en toe bij de les te houden …

Panorama 3

Open Dag

2016 (1)

Jong geleerd & oud gedaan

Ook dit jaar hebben onze vijfde- en zesdejaars weer wat speciale ‘goestingskes’ wat betreft hun studiekeuze voor het hoger onderwijs. Het was dan ook een helse karwei voor collega Van der Taelen om voor al die studierichtingen een oud-leerling te vinden die de nodige duiding en inside information kon komen geven op onze info-avond. Hier en daar moest zij haar gevreesde sirenenzang bovenhalen haar doel te bereiken, maar finaal is dat netjes gelukt (falen wat zelfs geen optie). Het was wel wat meten en passen om alle kandidaat-artsen een plaatsje te bieden (of al die belangstelling te maken had met de dynamiek van Evelien blijft een open vraag), maar uiteindelijk viel ook dat allemaal in de goede plooi. Een pluim voor alle ex-Walfergemmers die een stukje van hun vrije tijd wilden spenderen aan het bijspijkeren van hun opvolgers.

De generaal

Het was eigenlijk een beetje tegen de administratieve regels: een nieuwe leerling binnenhalen ruim na de paasvakantie, zonder enige doorverwijzing vanuit een andere school. Dat die leerling al wat ouder zou zijn dan de klasgenoten … het strekte niet meteen tot aanbeveling en liet minstens een hobbelige voorgeschiedenis vermoeden (en dat mag u gerust een eufemisme noemen). Maar Rania-van-de-leerlingenraad had het zó vriendelijk-gedecideerd gevraagd, dat weigeren eigenlijk geen optie was. Om directeur De Smet een mogelijk revalidatie-verlengend dilemma te besparen, werd hij wijselijk buiten de beslissing gehouden: de nieuwe leerling was … nu ja … welkom.

Stilaan druppelde wat extra informatie binnen over wat wij ons op de hals zouden halen. De leerling hàd eigenlijk al een diploma op zak. Dat was een opluchting. De leerling had zelfs al een hóger diploma op zak. Dat leek raar. De leerling kwam uit Brussel. Dat strekt dezer dagen niet meteen tot aanbeveling. De leerling was uiteindelijk … secretaris-generaal. Nu stam ik als enige op onze school uit een tijd waarin het militair apparaat nog jaar na jaar gestoffeerd werd met een massa burgervolk, en ik ben dus in zekere mate vertrouwd met een luitenant-generaal en een generaal-majoor. De eerste is niet de luitenant van de generaal, en de tweede is niet verwant met wat de Nederlanders een jaar of twee geleden generaal pardon noemden. Dat die secretaris-generaal dus niet de secretaris (M/V) van een of andere hoge pief in het leger was, dat had ik wel meteen door. Maar er kwam toch enig gegoogel aan te pas om de ware toedracht aan het licht te brengen: genaamde Micheline Scheys bleek secretaris-generaal te zijn van het Departement Onderwijs (‘ons ministerie’ dus). Voor wie wat trager van begrip is: de tweede in bevel na minister Hilde Crevits (de excellentie met duidelijke klemtonen in haar beleid, maar niet in haar familienaam). Toch een beetje een generaal dus.

Waarom mevrouw Scheys koste wat het kost bij ons wou ingeschreven worden, was mij niet meteen duidelijk. Toegegeven, er zijn weinig scholen waar wij kwalitatief hoeven voor onder te doen (en de oud-leerlingen die gisteren langskwamen voor de ‘info-avond Hoger Onderwijs’ hebben dat nog maar eens bewezen), maar tóch … dat de toegesnelde reporter van Klasse zich bij ‘Sint-Martinusscholen’ wat groters had voorgesteld geeft aan dat wij binnen een zekere discretie opereren. Bovendien: een wederinschrijving in het secundair onderwijs na succesvolle hogere studies en een geslaagde carrière … het is toch wel een héle stap terug. Rania moest dus ter hulp komen om een en ander te duiden. “Wij van de Vlaamse Scholierenkoepel vinden dat de beleidsmakers onvoldoende voeling hebben met hoe het er op school aan toe gaat. Daarom hebben wij er een aantal uitgenodigd om een dagje met ons mee te lopen op school.” Of toch iets langs die lijnen, en met een lichtjes bovenmoerdijks accent. Dat is een nobel idee. En dat het dus maar voor één dag zou zijn, was meteen een hele opluchting.

Mevrouw Scheys werd dus, geheel volgens het concept, ontvangen zonder de honneurs die bij haar functie horen. Als late zij-instromer even apart genomen door de verantwoordelijke van de school, gekoppeld aan een buddy, en voorzien van het nodige alaam om de eerste schooldag te overleven: balpen, cursusblok, geodriehoek en grafisch rekentoestel. En dan maar meteen naar de les. In een didactisch verantwoorde opeenvolging van het wat zwaardere werk in de voormiddag (ik hoef Nederlands, wiskunde, geschiedenis en economie niet te vermelden) en een wat meer lichtvoetige namiddagsessie (waarbij de lichamelijke opvoeding doorkruist werd door de Klasse-reporter, maar informatica en vooral muzikale opvoeding een actieve weekafsluiter vormden).

Ik klap niet graag uit de biecht over een leerling, maar wil u als lezer toch niet de volgende commentaren onthouden uit de informele klassenraad: “werkt goed mee”, “mist aanvankelijk wat parate kennis voor wiskunde, maar is geïnteresseerd en leert snel bij”, “lijkt geïnteresseerd in geschiedenis; positieve leerling”, “heeft goede voorkennis van het vak economie”, “werkt goed samen; heeft alle oefeningen kunnen oplossen”, “ritmiek komt wat traag op gang … maar dat verbetert naarmate de les vordert”. Dat lijkt mij dus af te stevenen op een goed rapport.

20160415 Scheys