Zon en zo

Wie zijn geschiedenis ook maar een beetje kent, weet het gewis: bij elke historisch belangrijke gebeurtenis speelt het uitspansel een moeilijk te overschatten rol. Koningen en keizers, allen hebben zij hun ondergang aan de hemel voorspeld of beweend gezien. Zo geschiedde ook deze week, en het is u vast niet ontgaan. Nog maar pas waren onze regionen in diepe rouw gedompeld na het onverwachte heengaan van K3, en ziet … daar deed een diepe zonne-eclips het land afglijden in een nog meer deprimerende duisternis.

Maar zoals het bij de status van onze school past: net als aan de grote hoven van weleer hebben ook wij een meester-tovenaar in dienst die degelijke natuurfenomenen in hun context weet te plaatsen en de dreigende kracht ervan kan ombuigen naar een hoger doel. In een onnavolgbaar voorspellend moment had collega Lammerant dan ook massa’s eclipsbrilletjes besteld om de donkerte weliswaar tijdelijk nòg dieper maar anderzijds ook meer vatbaar te maken.

Het was een merkwaardig tafereel op de speelplaats, die twintigste maart van het jaar tweeduizend vijftien, zo rond een uur of tien. Een paar honderd leerlingen quasi uniform geblinddoekt in een zo goed als afwezige zon zien staren. Om juist zo het licht beter te zien schijnen in de duisternis. Het toverde een smiley op de wolken en op ieders gezicht, op dat van collega Lammerant in het bijzonder.

En voor het geval u zich over de K3-affaire nog zorgen mocht maken, geen nood. Ook daar zijn wij goed op weg het euvel te herstellen. Twee bekwame, jonge en dynamische K-elementen hebben zich al aangemeld, en worden door ons warm aanbevolen. Nu nog snel even zoeken naar de roste, want zoals iedereen met enige kennis terzake wel weet: 2K heeft -in combinatie met een waterige omgeving- een nogal ontvlambaar karakter.

“the Droghte of Marche”

Geoffrey Chaucer wist het dus al in de 15de eeuw: voor mooi en droog weer moet je in de maand maart in Engeland zijn en niet op enig ander moment. Gehard door meer dan twee  decennia Britse reiservaring kiezen wij dat dan ook de vaste kalenderstek voor de Walfergemreizen over het Kanaal, en niet zonder succes zoals ook nu weer gebleken is.

Maar hoewel het weer er ondanks de klimaatverandering toch nog een beetje in de pas loopt met dat van zes eeuwen geleden, toont de evolutie haar recente sporen van verandering duidelijk op enkele andere domeinen. U staat mij ongetwijfeld toe er enkele te vermelden.

Primo de steeds meer om zich heen grijpende selfiedrang. Aanvankelijk speels en een beetje steels, nu steeds vaker op een telescopische steel. Je lijkt soms te waden doorheen een bos antennes. Zelfs sommige begeleidende leerkrachten zijn niet ongevoelig voor het fenomeen, om niet te zeggen dat zij er mogelijk de aanstichters van zijn.

Secundo de toenemende inburgering van gps-systemen. Bij professionele chauffeurs die met een kerstboom aan Mio’s en Garmins nog niet genoeg hebben om op de snelweg foute afritten te omzeilen. Maar ook bij wandelende begeleiders, aanvankelijk onbewust van het feit dat die dingen ondergronds niet werken, en daarna overschakelend op het nogal onwetenschappelijk redmiddel dat intuïtie heet.

Tertio het steeds kleurrijker wordend karakter van de gastgezinnen. Toegegeven, de term rijk hoeft hier niet meteen in de financiële zin gelezen te worden en ook de betekenis veelheid is niet helemaal op haar plaats, maar u begrijpt wat in bedoel.

Maar gelukkig zijn er ook een aantal onvergankelijke waarden en waarheden die de wat meer traditionele reiziger houvast kunnen bieden. Ook daarvan wil ik er u een aantal niet ontzeggen.

Primo de galanterie van de mannelijke begeleiders versus hun vrouwelijke collega’s. Hoe zij het meest comfortabele verblijf spontaan en zich ten volle bewust van de consequenties aan hen aanbieden … zelfs aandoenlijk is een te zwakke formulering.

Secundo de koopdwang waar leerlingen en (gelukkig slechts sommige) begeleiders chronisch aan lijden, vooral (maar niet uitsluitend) op de vrije namiddag. Het is een niet echt goed te keuren uitwas van een kapitalistische en materialistische samenleving, maar als het kan helpen om de Britse economie de nodige zuurstof te bieden, dan willen wij enige flexibiliteit tonen in onze principes.

En tertio de blijvende constatering dat wij toch overwegend fier mogen zijn over hoe onze leerlingen zich in de vreemde gedragen. Er wordt wel eens hard geroepen naar een wicht dat zich maar net niet overhoop laat rijden door een auto die de voor onze normen foute kant van de weg gebruikt. Er wordt zeker eens gesakkerd op de gasten met te korte beentjes die het strakke tempo niet volgen en voor de derde keer op rij het groene licht niet halen. Er wordt stilletjes gevloekt op de sloomerd die ondanks alle schema’s en handleidingen noch uur noch plaats blijkt te kennen. En er wordt om nog wat andere dingen gezucht en de wenkbrauwen gefronst. Maar wij zijn met z’n vijftigen, en als ik alles zorgvuldig nareken kom ik op 0,31415926 opmerkingen p.p. en p.d. … daar valt beslist mee te leven, vindt u ook niet?

voor een meer volledige fotoreportage klikt u hier

Van Mechelen

U bent het ongetwijfeld met mij eens: er is al meer dan genoeg rechtbanken-fact-and-fiction op TV. Ik Got nog maar net Away with Murder op één, en daar komt De Rechtbank al om de herhalingshoek van Vier kijken. Nee, hoog tijd voor het échte werk. Dat dachten onze leerlingen van 6HW samen met u en mij, en zo trokken zij naar de Rechtbank van Mechelen, gezwind én in het deskundige gezelschap van collega Massie (gehard in het Romeinse Recht en andere dura lex). Rechter Van Praet en onderzoeksrechter Van Linthout mochten daar dan wel het etiketje ‘gekend van TV’ op hun toga dragen, dat maakte niet de minste indruk op onze HW-ers. Deze niet onverdienstelijke maar toch slechts lokale magistraten mochten onder het kritische oog van onze leerlingen een voormiddag lang drugsdealers, schriftvervalsers, geweldenaars, pooiers en andere zakkenrollers het figuurlijke vuur aan de schenen leggen, maar na de noen namen onze zesdes resoluut zelf het heft in handen voor de meer ernstige delicten. De juridische achterstand met minstens een kwart terugschroeven was hun gewaagde maar zeker niet onrealistische ambitie.

Alle cases vermelden zou ons te ver leiden, maar het schrijnende geval van beschuldigde S.d.S. uit A. willen wij u toch niet onthouden. Het requisitoir van procureur Justice Perichon was gedreven, onderbouwd en hard voor de beklaagde. De alom gevreesde strenge blik van rechter Yousra Saïdi liet op de publieksbanken weinig hoop op een mild verdict. Zelfs van hulprechter Céline De Wilde, gekend om haar doorgaans meer doordacht oordeel, leek S. weinig heil te mogen verwachten. Maar meester Ragna Frans bracht voor de verdediging een vlammend pleidooi. Briljant bijgestaan door strafpleiter-in-opleiding Yoika Delgouffe kon zij de beschuldigingen één voor één ontkrachten. S. bleek het slachtoffer van een jammerlijk misverstand en een betreurenswaardige gerechtelijke dwaling, dat moesten zelfs rechters Saïdi en De Wilde grif toegeven. Een overgelukkige S. werd van alle blaam gezuiverd, en kon zo met een ruime groep ter zitting aanwezige vrienden en sympathisanten als vrij man naar A. terugkeren. Het blazoen van 6HW kreeg eens te meer extra glans.

PS

Het is een jaarlijks weerkerende affiche, een beetje zoals de E3-prijs. Maar dan doorgaans visueel -ik wik en weeg mijn woorden- wat minder afgerond. Door de leerlingen wordt er reikhalzend naar uitgekeken: een snipperdag die niet uit het contingent vakantiedagen komt, altijd leuk meegenomen. Door leerkrachten wordt er ook naar uitgekeken. In gradaties van euforie tot ergernis. De Pedagogische Studiedag (mèt hoofdletters) is vloek en zegen tegelijk. En dat is binnen ons Katholiek Onderwijsnet een statement dat kan tellen. Het bewonderenswaardig idee struikelt wel eens tijdens de zoektocht naar een interessant onderwerp dat in de voorbije kwarteeuw nog niet de revue is gepasseerd. Of indien die hindernis al werd overwonnen: bij de keuze van een bevlogen piloot om het te verkopen aan een ongewoon kritisch publiek.

Maar once in a blue moon (zoals dat over de grote plas wetenschappelijk discutabel maar toch poëtisch mooi klinkt) is het bingo. En daar hoeft niet persé een hooggeleerde pedagoger of een smak geld aan te pas te komen. Enter MC Tom Vrijders annex sidekick Kristin Van der Talen. Of gezien de context: sidechick. Mix met een paar bevlogen oud-leerkrachten en enthousiaste oud-leerlingen en stel hen de kuip van Gent ter beschikking: het resultaat is een teambuilding die elke klasvormende dag of 100-dagen-uitstap moeiteloos het nakijken geeft.

De dag startte nochtans onder een ongunstig gesternte. De inleidende quiz kende een wat gênant slot waarbij enkele jonge collega’s het moeilijk leken te hebben met de veruitwendigingen van de evolutieleer. Maar een groepsfoto met leerkrachten van 33 jaar her waarop een paar huidige en recente exemplaren nog net te herkennen waren leverde het onomstotelijke QED: evolutie wèrkt. Overtuig jezelf.

Ook op de route naar Gent werd ei zo na voor een debacle gevreesd: één van de teams interpreteerde de opdrachten nogal eigenzinnig en liet daardoor op het onaangekondigde controlepunt nogal lang op zich wachten (en dat mag je als een eufemisme lezen). Toegegeven, dat team telde nu net de meest ervaren en (ge)harde collega’s en elke vrees was dus ongegrond, maar het deed bij de organisatie de adrenaline behoorlijk stijgen.

Gelukkig verliep in Gent zelf alles gesmeerd (op de parking na die niet helemaal wenste mee te werken). Ik wil daarmee niet gezegd hebben dat het tussen de teams altijd koek en ei was (ook bij de doorgaans meest rustige naturen ontwaakte het competitiebeest) maar iedereen kon zijn (nu ja, technisch gezien haar) ei kwijt en mede dankzij het prachtige weer werd het een memorabele dag. En omdat één beeld meer zegt dat duizend woorden: hieronder alvast een één en een kwart dozijn beelden.

Maar je verwacht van mij natuurlijk ook een kritische noot. Terecht, en ik wil ze jullie dan ook niet onthouden. De eindproef was … laat het ons houden bij discutabel. Voer voor de groene tafel, de beroepscommissie. De Raad van State begot. Elk team had een eigen strategie uitgedokterd, van wetenschappelijk onderbouwd en technisch doorgerekend tot … nu ja, laat ik het beleefdheidshalve kwalificeren als redelijk elementair. Op die veelheid aan multidisciplinaire benaderingen was de jury niet helemaal of zelfs helemaal niet voorbereid en dat leidde tot wat natte vingerwerk in de beoordeling (voorwaar voor leerkrachten een niet aan te bevelen houding). En dus enig ongenoegen bij de niet-winnende teams. Gelukkig voor hen maakte de prijsuitreiking veel goed.

Vijftig tinten

De film werd deze week zo goed als genadeloos neergesabeld. Ware het niet dat ongeveer de helft van de bevolking toch een beetje moest ontzien worden, de kritieken waren wellicht nog meer vernietigend geweest. U moet er dus maar beter niet op hopen dat de rolprent in het kader van kijk- of luistervaardigheid in originele versie de lessen Engels van collega’s Bieseman of De Coninck haalt. Zelfs niet fragmentair, conform de eisen van het copyright. En in de verplichte lectuurlijst van collega Carron zult u de literaire versie wellicht ook niet tegenkomen. En terecht! Hoe halen zij het in hun hoofd … vijftig tinten grijs … terwijl collega Lammerant zich –inclusief achtste lesuren– uitslooft om alle derde- en vierdejaars diets te maken dat zelfs het meest basic monochroom computerplaatje 256 tinten grijs telt. Twee-honderd-zes-en-vijftig! In onze wiskundelessen doen wij er nog een schepje bovenop door iedereen aan het verstand te brengen dat dit 28 is. Twee tot de achtste macht (nog straffer dus dan de twee tot de zesde macht met VRT-reputatie). Collega Willockx zal daar volgende week op Oïlsjtcarnaval ongetwijfeld eens goed om lachen. Om u een idee te geven van het belachelijke van het concept: u ziet het volledige plaatje hiernaast, en geef toe … zelfs met die 256 tinten heeft het niet veel om het lijf. Maar goed, sommige handen zijn blijkbaar gauw gevuld. Doet er mij aan denken dat in wat meer geavanceerde toepassingen zoals fotografie van sterrenkundige objecten op courante basis zelfs 216 tinten grijs gehanteerd worden. Voor de slechte verstaander: dat is 256 keer 256. Tussen elke twee vakjes in de figuur zitten er dan nog 256 andere. Ik start alvast wat opzoekwerk voor een wat ruimer essay: ‘Vijfenzestigduizend vijfhonderdzesendertig tinten grijs’ en kijk al verlangend uit naar al het volk dat daarvoor in de rij gaat komen staan.

Dichter-bij

Mijn wiskundehart bloeide open toen een vriendelijke collega mij (nu ja … niet alleen mij) vandaag het gedicht stuurde waarmee Maud Vanhauwaert zopas de begeerde publieksprijs won van de Herman De Coninckprijs. Geniet met volle teugen mee van de openingszinnen:

Er komt een vrouw
naar mij toe. Ze zegt
‘wij zijn evenwijdig,
raken elkaar in het
oneindige, laten we rennen.’

Zoveel wiskunde gebald in zo weinig woorden. Je kunt er verdorie een heel jaar onderzoekscompetentie aan ophangen (over dat ‘raken’ valt wel een boompje of twee-drie op te zetten). En alsof ik daardoor nog niet genoeg van mijn sokken geblazen was, ging Maud enkele versregels later nog even op haar elan door:

Ze haakt haar arm in
de mijne tot een lemniscaat.

OmG … wij hebben hier verdorie & inderdaad met een connaisseur te maken! Jakob Bernoulli rijst van pure vreugde op uit zijn graf zodra hij hierboven hoort hoe zijn kromme lijn gerevitaliseerd wordt. Waar ik zelf verwoed probeer om geen gelegenheid voorbij te laten gaan om mathematische lemniscaten en andere hyperbolen aan de kapstok van boeken en taal op te hangen, hebben wij hier eindelijk een woordkunstenaar die ook in de andere richting haar enterhaken uitzwaait en de edele wiskunst een virtuoze plaats toebedeelt in haar verbale creativiteit. Zelden gezien (maar in hoge mate toe te juichen) dat de taal op zo’n uitnodigende manier de hand reikt aan de exacte wetenschap … die in deze sector doorgaans niet zo’n goede reputatie heeft (ik hoef u wat dat betreft niet eens te wijzen op het contradictorische monomeer en het tautologische polymeer).

Ik durf hopen dat onze leerlingen morgen tijdens de lokale gedichtendag dezelfde weg inslaan. Voor wie er net zo goed in slaagt de wiskunde taalkundig te promoten, wil ik wel een goed woordje doen om haar of hem in de shortlist te krijgen van onze eigenste Dominique De Coninckprijs. De winnaar wacht een royaal eerbetoon (hebt u ’em: ‘royaal’ … ‘De Coninck’?).

Kramp

Weken geleden is het dat u hier nog een vers bericht mocht lezen. Of het aan een milde vorm van schrijverskramp moet toegewezen worden, of aan enige terughoudendheid na de recente uitingen van malcontentement  versus het publicerend gild, God mag het weten (en hopelijk voelt Hij noch iemand anders zich hierdoor gekwetst). Er zijn nochtans een paar aanleidingen geweest. Zo had ik het onderweg kunnen hebben over onze geslaagde en gesmaakte excursie naar Tongeren en de Vikings. Of de Noormannen, u kent ze wel: dat barbaarse volk dat hier (zo werd ons dat vroeger toch verteld) op het einde van het eerste millennium vreselijk huis hield, en veel zoniet alles uitmoordde en afbrandde wat ook maar een beetje in de weg liep of stond. Je kon toen maar beter Søren heten en niet pakweg Christine. Maar een afstand van elfhonderd jaar heelt vele wonden en ziet, die gasten hadden blijkbaar een cultuur waarmee je ook nu nog kunt uitpakken. En dan laat ik de fantastische strips van Thorgal en Hägar nog buiten beschouwing. Het stemt tot nadenken.

Kans gemist dus om hier dieper op in te gaan. Het zal mij volgende keer niet overkomen. Dan waag ik mij in onvervalste paparazzo-stijl tussen de SID-inners, de Versailles-toeristen en de Londengangers. Of ga undercover tussen de topchefs, de sous-chefs en de plongeurs  in de keukens van ons gerenommeerd schoolrestaurant. Om u achteraf te vergasten op de meest smeuïge details die u zelfs van de Story, Charlie of Dag Allemaal niet durft verwachten. Tenzij de zelfcensuur toeslaat, uiteraard.